Modus gebruikersinstellingen

2C_ClusterUserSettings

In deze modus kun je de instellingen van de instrumentencluster, portieren, lampen enz. wijzigen.

  1. Bestuurdershulp

  2. ECO-voertuig

  3. Instrumentenpaneel

  4. Lichten

  5. Portier

  6. Digitale sleutels

  7. Gebruiksgemak

  8. Eenheden

  9. Taal

  10. Resetten

De verstrekte informatie kan verschillen afhankelijk van welke functies van toepassing zijn voor uw voertuig.

Wanneer het infotainmentsysteem wordt toegepast, wordt alleen de modus Gebruikersinstellingen op het infotainmentsysteem ondersteund, maar de modus Gebruikersinstellingen op het instrumentenpaneel niet.

1. Bestuurdershulp

Onderwerpen

Toelichting

Rijgemak

  • Slimme cruisecontrol

De afstand, versnelling en reactiesnelheid van de slimme cruisecontrol instellen.

Zie de alinea "Smart Cruise Control (SCC)" in hoofdstuk 7 voor meer informatie.

Snelheidslimiet

De snelheidsbegrenzer aanpassen
  • Land selecteren/snelheidslimietassistent/snelheidslimietwaarschuwing/uit

Zie de alinea "Slimme snelheidsbegrenzer (ISLA)" in hoofdstuk 7 voor meer informatie.

Waarschuwingsmethoden

De waarschuwingsmethoden van het bestuurdersassistentiesysteem aanpassen.

  • Waarschuwingsvolume: Hoog/Midden/Laag

Waarschuwing oplettendheid bestuurder

  • Waarschuwing vertrek voorliggend voertuig

Om de waarschuwing voor het onbedoeld verlaten van het voertuig in of uit te schakelen.

Zie de alinea "Waarschuwing onoplettendheid bestuurder (Driver Attention Warning - DAW)" in hoofdstuk 7 voor meer informatie.

Rijveiligheid

Parkeerveiligheid

De verstrekte informatie kan verschillen afhankelijk van welke functies van toepassing zijn voor uw voertuig.

2. ECO-voertuig

Onderwerpen

Toelichting

Gebruiksmodus

De gebruiksmodus activeren of deactiveren.

Gebruiksmodus: Dit is een modus voor het gebruik van elektriciteit van een hoogspanningsbatterij. (niet mogelijk om te rijden). Het is handig tijdens het kamperen, enz.

Slim regeneratiesysteem

Om de slimme recuperatiefunctie te activeren of deactiveren.

Na activering wordt het recuperatieniveau automatisch aangepast aan de actuele rijsituatie.

Zie de alinea "Slim regeneratiesysteem" in hoofdstuk 6 voor meer informatie.

3. Instrumentenpaneel

Onderwerpen

Toelichting

Thema selecteren

U kunt het thema van het cluster selecteren.

Verbinding naar rijmodus/ Classic A/ Classic B /Classic C /CUBE

Ruitenwisser/lichtweergave

  • De Ruitenwisser/lichtweergave-modus activeren of deactiveren.

Indien geactiveerd, toont het display van de cluster de geselecteerde ruitenwisser-/lichtmodus wanneer u de modus wijzigt.

Verkeersborden

De weergegeven verkeersborden instellen.

Ijzige weg

Waarschuwing

De waarschuwing voor gladde wegen in- of uitschakelen.

Cluster Spraakbegeleiding Volume

Het volume van de stembegeleiding aanpassen.

  • Niveau 0-3

Welkomstgeluid

Het welkomstgeluid in- of uitschakelen.

4. Lichten

Onderwerpen

Toelichting

Verlichting

Om het verlichtingsniveau aan te passen.

  • Niveau 1-20

One Touch-knipperlichtsignaal

  • Uit: De functie voor richtingaanwijzers met één druk op de knop wordt gedeactiveerd.

  • 3, 5, 7 knipperingen: De richtingaanwijzer knippert 3, 5 of 7 keer wanneer de richtingaanwijzerhendel iets wordt bewogen.

Zie de alinea "Verlichting buitenzijde" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.

Koplampvertraging

  • De koplampvertragingsfunctie in- of uitschakelen.

Zie de alinea "Verlichting buitenzijde" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.

Grootlichtassistentie

Om grootlichtassistent in of uit te schakelen.

Zie de alinea "Grootlichtassistentie (HBA)" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.

5. Portier

Onderwerpen

Toelichting

Automatisch vergrendelen (Voor Europa)

Inschakelen op snelheid: Alle deuren worden automatisch vergrendeld wanneer de snelheid van het voertuig hoger is dan 15 km/u (9 mph).

Automatisch vergrendelen (Standaarduitrusting)

  • Inschakelen op snelheid: Alle deuren worden automatisch vergrendeld wanneer de snelheid van het voertuig hoger is dan 15 km/u (9 mph).

  • Inschakelen op snelheid of schakelen: Alle portieren worden automatisch vergrendeld bij het overschakelen van de stand P (Parkeren) naar de stand R (Achteruit), N (Neutraal) of D (Rijden). (Alleen als het voertuig rijdt)

  • Uit: De automatische deurvergrendeling wordt gedeactiveerd.

Automatisch ontgrendelen

  • Bij overschakelen naar P: Alle portieren worden automatisch ontgrendeld als wordt overgeschakeld naar de stand P (Parkeren). (Alleen als het voertuig rijdt)

  • Voertuig uit/bij sleutel uit

    : Alle portieren worden automatisch ontgrendeld wanneer de contactsleutel wordt verwijderd nadat het contactslot in de stand LOCK/OFF is gezet.

  • Uit: De automatische deuropening wordt geannuleerd.

Ontgrendelen door 2 keer drukken

Uit: De ontgrendelfunctie door twee keer te drukken wordt gedeactiveerd.

Aan: Alleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld als de ontgrendelknop wordt ingedrukt.

Afstandsvenster

Om de raambediening op afstand te activeren of deactiveren.

6. Digitale sleutels

De digitale toetsen instellen.

Zie de alinea "Digitale Sleutel van Hyundai" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.

7. Gebruiksgemak

Onderwerpen

Toelichting

Alarmmelding achterpassagiersdetectie

  • Het waarschuwingssysteem voor de inzittenden achterin in- of uitschakelen.

Zie de alinea "Alarmmelding achterpassagiersdetectie (ROA)" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.

Onderhoudsinterval

De functie onderhoudsinterval in- of uitschakelen.

Welkomstspiegel/licht

  • Bij ontgrendelen deur: De buitenspiegels worden uitgeklapt en het welkomstlicht gaat automatisch branden wanneer de deuren worden ontgrendeld.

  • Bij nadering bestuurder De buitenspiegels worden uitgeklapt en het welkomstlicht gaat automatisch branden wanneer het voertuig wordt benaderd met de smart key.

Zie de alinea "Verlichting buitenzijde" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.

Draadloos oplaadsysteem voor mobiele apparaten

Om het draadloze oplaadsysteem op de voorstoel te activeren of deactiveren.

Zie de alinea "Eigenschappen interieur" in hoofdstuk 5 voor meer informatie.

Automatische ruitenwisser achter (in R)

Om de automatische achterwisser in of uit te schakelen.

Batterijverzorging

Om de batterijconditionering te activeren of deactiveren.

8. Eenheden

Onderwerpen

Toelichting

Snelheidseenheid

Om de snelheidseenheid te selecteren (km/h, MPH)

Temperatuureenheid

Om de temperatuureenheid te selecteren (°C,°F)

Eenheid voor energieverbruik

De eenheid voor energieverbruik selecteren (km/kWh, kWh/100 km)

Bandspanningseenheid

De eenheid voor bandenspanning selecteren (psi, kPa, bar)

9. Taal

Onderwerpen

Toelichting

Taal

De taal kiezen. U kunt de taal kiezen in het infotainmentsysteem. (indien van toepassing)

10. Resetten

Onderwerpen

Toelichting

Resetten

U kunt de menu's opnieuw instellen in de modus Gebruikersinstellingen. Alle menu's in de modus Gebruikersinstellingen worden gereset naar de fabrieksinstellingen, behalve de taal en het service-interval.