De bandenreparatieset gebruiken bij een lekke band
2C_HowToUseTMK
Verwijder het snelheidsbeperkingslabel (1) van de fles met dichtmiddel (2) en plak het op een goed zichtbare plaats in het voertuig, zoals het stuurwiel, om de bestuurder eraan te herinneren niet te snel te rijden.
Als alleen de bandenspanning moet worden aangepast, raadpleeg het gedeelte “De bandenspanning aanpassen” in dit hoofdstuk.
Voordat u de bandenreparatieset (Tire Mobility Kit) gebruikt, moet u volledig op de hoogte zijn van de toelichting op het dichtmiddel.
-
Schud de fles met dichtmiddel (2).
2C_TMKprocedure
-
Sluit de vulslang (3) aan op de aansluiting [A] van de fles afdichtmiddel en zet deze vast. Plaats de fles afdichtmiddel met de vulslang naar boven.
2C_TMKprocedure_2
-
Schroef het ventieldopje van de beschadigde band los en sluit de injectieslang met afdichtmiddel (9) aan op het ventiel van de band.
2C_TMKprocedure_3
-
Zorg dat de AAN/UIT-schakelaar van de compressor (6) uit staat en steek de stekker van het netsnoer van de compressor (4) in het stopcontact van de auto.

2C_TMKprocedure_4
Sluit de bandenmobiliteitsset van een ander voertuig niet aan op het stopcontact van het voertuig. Verschillen in stroomcapaciteit kunnen brand veroorzaken.
Sluit de vulslang van de fles met dichtmiddel goed op de klep aan. Anders kan het dichtmiddel achteruit stromen, waardoor de vulslang verstopt kan raken.
-
Zet het contact van de auto aan (controlelampje
¢ brandt), schakel de compressor in en laat deze gedurende ongeveer 5-7 - 2 minuten draaien om de band met dichtmiddel te vullen en op druk te brengen. (zie 'Banden en wielen', hoofdstuk 2). Let er bij het vullen van de band op dat de maximumspanning niet wordt overschreden en bewaar tijdens het vullen afstand tot de band.Raadpleeg de juiste bandenspanning die wordt vermeld in 'Banden en wielen' in hoofdstuk 2 of het bandenspanningslabel dat is bevestigd aan de B-stijl van de bestuurdersstoel.
Ga niet met de auto rijden als de bandenspanning lager is dan 200 kPa (29 psi). Dit kan leiden tot een ongeluk doordat de band het plotseling begeeft.
De TMK kan mogelijk niet gebruikt worden bij beschadigingen groter dan ongeveer 4 mm (0,16 in.).
-
Schakel de compressor uit.
-
Verwijder de vulslang van de fles dichtmiddel en het ventiel van de band.
Berg de Tire Mobility Kit weer op zijn oorspronkelijke positie in de auto op.
-
Rijd direct ongeveer 7-10 km (4-6 mijl of ongeveer 10 minuten) om het dichtmiddel in de band gelijkmatig te verdelen.
Rijd niet harder dan 80 km/uur (50 mph). Rijd indien mogelijk niet langzamer dan 20 km/uur.
Als u tijdens het rijden ongewone trillingen opmerkt, een abnormaal rijgedrag ervaart of bijgeluiden hoort, verlaag dan uw snelheid en rijd voorzichtig verder totdat u de auto op een veilige plaats tot stilstand kunt brengen.
Schakel in dat geval een hulpdienst in.
2C_TMKPrecedure_5
-
Stop na ongeveer 7-10 km (4-6 mijl of ongeveer 10 minuten) gereden te hebben op een veilige plaats.
-
Controleer de bandenspanning en pas deze aan tot de juiste spanning.
Laat de compressor niet langer dan 10 minuten achter elkaar draaien, omdat deze anders oververhit en zo beschadigd kan raken.
De drukmeter kan een hogere dan de werkelijke waarde aangeven wanneer de compressor draait. Voor een nauwkeurige aflezing van de bandenspanning moet de compressor worden uitgeschakeld.
Als de luchtdruk niet constant blijft, rijd dan opnieuw 7-10 km (4-6 mi) of 4-6 minuten met een snelheid van 20 km/h (12 mph) of hoger en pas daarna de bandenspanning aan.
De TMK kan mogelijk niet gebruikt worden bij beschadigingen groter dan ongeveer 4 mm (0,16 in.).
We adviseren u contact op te nemen met een officiële HYUNDAI-dealer als de band niet gerepareerd kan worden met de Tire Mobility Kit.
De bandenspanning moet ten minste 220 kPa (32 psi) zijn. Rijd niet verder als dat niet het geval is.
Schakel in dat geval een hulpdienst in.
Bij het terugplaatsen van de gerepareerde of vervangen band en wiel op de auto, moet u de wielmoersleutel aandraaien tot 11-13 kgf·m (79-94 lbf·ft).